Syndroom van Cushing

Het syndroom van Cushing is een begrip waarbij het woord ‘syndroom’ een alomvattende term is, voor de klachten die iemand met de ziekte van Cushing ondervindt. Het syndroom van Cushing is een zeldzaam syndroom, waarmee specifieke symptomen en klachten gepaard gaan. Het syndroom van Cushing komt niet alleen bij mensen, maar ook bij dieren voor: zo is het mogelijk dat een hond, maar ook een paard, te maken krijgt met het syndroom van Cushing.

Diagnose syndroom van Cushing

Aan het moment dat er de diagnose ‘syndroom van Cushing’ kan worden gesteld, gaan – helaas – vaak vele jaren vooraf. Dit komt omdat het syndroom van Cushing zeer moeilijk aan te tonen valt. Dit heeft de volgende reden: er is sprake van een zeer zeldzame aandoening, welke naar schatting bij slechts 50 mensen in Nederland per jaar wordt geconstateerd. Het syndroom van Cushing kan daarnaast meerdere oorzaken hebben, waardoor zo ook meerdere onderzoeken nodig zijn, alvorens men kan vaststellen welke oorzaak de onderliggende is. In veel gevallen kan pas na vele onderzoeken worden aangenomen dat de persoon in kwestie te maken heeft met het syndroom van Cushing.

Onderzoeken

De onderzoeken die plaatsvinden bij het vermoeden van het syndroom van Cushing kunnen op verschillende manieren worden vormgegeven. Zo kan er een 24-uurs urine-onderzoek worden uitgevoerd, waarbij de uitscheiding van het cortisol wordt gemeten. Op deze manier kan worden onderzocht of het cortisolgehalte te hoog is. Ook is het mogelijk dat de arts de cortisolconcentratie in het lichaam wil bepalen op basis van speeksel. Het speeksel zal moeten worden gewonnen om 23.00 ’s avonds. Dit komt omdat de concentratie van cortisol op dit moment bij een gezond mens laag zal zijn. Echter, bij een persoon met het syndroom van Cushing niet: de waarde zal op dit moment meestal verhoogd zijn. Daarnaast is er de mogelijkheid tot het uitvoeren van de ‘dexamethason onderdrukkingstest’. Deze is er voor het remmen van de cortisol productie, waarvoor een kunstmatig cortisolachtig hormoon wordt gebruikt, genaamd ‘dexamethason’. Bij gezonde personen zal het cortisolgehalte niet worden gemeten, na het nemen van dit hormoon; bij mensen met het syndroom van Cushing daarentegen wel. Tot slot wordt de persoon, na het vaststellen van een te veel aan cortisol, onderworpen aan een bloedonderzoek. Dit is nodig om de oorzaak van het verhoogde cortisolgehalte te achterhalen.

Behandeling syndroom van Cushing

Is het syndroom van Cushing eenmaal vastgesteld, dan is een behandeling noodzakelijk. Het syndroom van Cushing kan op dit moment nog niet worden behandeld middels medicatie, maar dankzij veel onderzoek worden er noemswaardige stappen gemaakt betreffende de ontwikkeling van een medicijn. Zo wordt er in de laatste jaren veel geĆ«xperimenteerd met het zogenaamd ‘pasireotide‘, een geheel nieuw geneesmiddel. Omdat het medicijn op dit moment nog niet op de markt is, wordt er bij de meeste mensen met het syndroom van Cushing gekozen voor een operatie. In 80% van de gevallen is deze succesvol. Voldoet de operatie niet of is deze niet gewenst door de patiĆ«nt, dan kan er een beroep worden gedaan op radiotherapie. Het effect van radiotherapie kan helaas wel lang op zich laten wachten, waardoor liever voor een operatie wordt gekozen.

Operatie

Tijdens de operatie ter bestrijding van het syndroom van Cushing, wordt zoveel mogelijk tumorweefsel weggehaald. Deze operatie wordt bijna altijd gedaan via de neus en wordt uitgevoerd door de neurochirurg. Deze doet dat in samenwerking met de KNO (keel, neus, oor-)arts.